WEEK 2 – OPDRACHT 2
TEST JE KENNIS – MEERKEUZEVRAGEN

(Meerkeuzevragen over calorieën en voeding)

Je hebt inmiddels wat meer gelezen over calorieën: wat ze zijn, hoe ze werken in je lichaam, en waarom het belangrijk is om onderscheid te maken tussen gezonde en ongezonde caloriebronnen. In deze opdracht ga je jouw kennis testen én versterken met een korte meerkeuze vragenlijst. Zie het als een speelse manier om te checken of je de basis begrijpt, en misschien leer je zelfs nog iets nieuws onderweg! Het doel is niet om foutloos te scoren, maar om bewustwording te creëren. Want: wie begrijpt wat hij eet en hoeveel hij eet, maakt betere keuzes!

Meerkeuzevragenlijst – Calorieën & Voeding

1. Wat zijn calorieën volgens de tekst?
A. Suikerdeeltjes in voedsel
B. Brandstof voor je lichaam
C. Water in voedsel
D. Bouwstoffen voor spieren

2. Wat gebeurt er als je meer calorieën binnenkrijgt dan je verbrandt?
A. Je verliest gewicht
B. Je slaat het overschot op als vet
C. Je krijgt meer spiermassa
D. Je stofwisseling stopt

3. Wat zijn ‘lege calorieën’?
A. Calorieën uit groenten en fruit
B. Calorieën uit water en thee
C. Calorieën zonder voedingswaarde
D. Calorieën die je snel verbrandt

4. Wat is een voorbeeld van voeding met lege calorieën?
A. HavermoutFrisdrank
B. Havermout
C. Broccoli
D. Volkorenbrood

5. Welke voedingsmiddelen zijn volgens de tekst voedzamer en verzadigender?
A. Volkoren, groenten en eiwitten
B. Fastfood en snacks
C. Suiker en snoep
D. Chips en frisdrank

6. Wat bepaalt mede hoeveel calorieën je lichaam nodig heeft?
A. Je schoenmaat
B. Je bloedgroep
C. Je geslacht, leeftijd
D. Je geslacht, leeftijd, genen en aan welke sport je doet

7. Wat is het gevolg als je precies evenveel calorieën verbrandt als je binnenkrijgt?
A. Je komt spiermassa aan
B. Je verliest spiermassa
C. Je blijft op gewicht
D. Je krijgt een tekort aan voedingsstoffen

8. Waarom is het belangrijk om voedseletiketten te lezen?
A. Om te weten hoe laat je moet eten
B. Om te zien hoeveel calorieën en voedingsstoffen iets bevat
C. Om te weten hoeveel eiwitten het product bevat
D. Om te kijken hoeveel koolhydraten het product bevat

9. Wat wordt bedoeld met een calorie-overschot creëren?
A. Meer bewegen dan je eet
B. Minder eten dan je nodig hebt
C. Precies je behoefte eten
D. Meer eten dan je lichaam verbruikt

10. Wat is een goede strategie voor een gezond voedingspatroon?
A. Alleen maar calorieën tellen
B. Alleen fastfood eten als het binnen je caloriebehoefte past
C. Kiezen voor voedzame producten en genieten met mate van ongezonde producten.
D. Alles vermijden wat lekker is

Opdracht:
Beantwoord de vragen en stuur jouw antwoorden via WhatsApp naar je coach:
Coach Stefan – 06 14667017

Let op bij het insturen:
Wanneer je een antwoord of vraag via WhatsApp stuurt, geef dan altijd eerst aan om welke week en opdracht het gaat.
Voorbeeld: “Week 2 – Opdracht 2: Hierbij mijn antwoorden van opdracht 2.”

Wanneer insturen?
Graag vóór het einde van deze week.

ANTWOORDEN

Scroll to Top